dinsdag 11 januari 2011

Iconografie


Titel: Het offer van Iphigenia
Jaartal: 1671
Kunstenaar: Jan Havicksz, Steen 
Techniek: olieverf op doek
Plaats: Rijksmuseum



1. Het primaire onderwerp: van vorm naar motief,
primaire betekenis

Beschrijving van wat ik zie:
Ik zie rechtsonder op het schilderij een hondje en een mand met een doek dat er half uithangt. Om het doek heen liggen ronde bolletjes in de kleur roze. Achter het mandje staat een lang smal vaasje. Het vaasje is van onder dik en heeft een smalle hals. Ook zie ik een hondje boven de mand. Het hondje kijkt naar beneden. Achter het hondje zit op een stoel een meneer. Met een roze doek omgewikkeld. In zijn hand heeft hij een stok vast en zijn hoofd leunt tegen zijn arm. Op zijn hoofd draagt hij een kroontje. Achter de zittende meneer staan 8 mensen. Ze staan allemaal in de buurt van de zittende meneer op de stoel. Één van de mannen heeft een bruin gewaad omhangen en een muts/hoed op zijn hoofd. De andere 7 kijken allemaal door elkaar heen ergens anders naar. Verder zie ik nog een man/jongetje met ook een roze doek omgewikkeld. Hij draagt in zijn hand een fakkel, de fakkel brandt. Boven in een toren hangt een vrouw uit het raam en kijkt recht voor zich uit. Links van het schilderij zie ik een knielende vrouw met een goud doek omgewikkeld. Vanboven draagt ze een opgestroopt jasje, ze kijkt in de richting van het vuur. Rechts van haar zie ik een vrouw zitten met een wit kleed. Haar armen over elkaar geslagen en kijkt van zich af naar de grond. Ook zie ik een klein kind op het schilderij, Hij/zij draagt een roodachtig kleed en is in een loopbeweging. Een hand in haar gezicht alsof ze huilt. In de buurt van het kind staat een hertje en bij het hertje staat een man met een zwart doek om zijn hoofd gebonden. Hij kijkt naar beneden en heeft een stok in zijn hand. Groot achter het brandende vuur staat nog een man. Hij kijkt net als de vrouw met het witte gewaad van zich weg en draagt een bruin kleed. Om zijn hoofd is nog een wit lint gebonden. Klein afgebeeld staan nog 5 mensen op de achtergrond, ze hangen als het ware naar achteren en een tweetal kijkt naar elkaar.
Er komt een hoop rook van het brandende vuur af. Dit stijgt en door de rook heen zie je nog een beeld of man/vrouw zitten.
Midden in het schilderij staat nog een grote donkere ketel/urn en helemaal in de verte gekeken zie je nog een enkel mens staan. Verder zie je bomen en planten en de lucht en op de grond dwarrelen ook nog enkele groene blaadjes.

 2. Het verhaal met betrekking tot het tafereel

In de buitenlucht, net buiten een stadspoort vindt een dramatische gebeurtenis plaats. In het midden staat een beul op het punt een vrouw te doden. Een koning met zijn scheefgezakte koningskroon steunt wanhopig op zijn stok. Rechts boven in het poortje vouwt een vrouw smekend of biddend haar handen, links onder loopt een cupidoachtig jongetje huilend weg en omstanders praten met drukke gebaren of kijken vol afschuw naar de jonge vrouw in het midden.

Jan Steen heeft hier met veel overtuiging een gebeurtenis uitgebeeld, een verhaal uit de klassieke mythologie: het offer van Iphigenia. De afgebeelde koning is Agamemnon, koning van Mycene in Griekenland. Hij moet hier zijn dochter Iphigenia offeren aan de godin Artemis. De voorgeschiedenis van dit drama is dat Agamemnon de stad Troje wil belegeren, maar telkens als hij met zijn vloot wil uitvaren is het windstil. Een waarzegger zegt dat de godin Artemis kwaad op hem is en dat de koning haar alleen gunstig kan stemmen door haar een groot offer te brengen: zijn dochter Iphigenia. Na veel getwijfel en onder druk van zijn leger stemt de koning toe.

Een plaatsvervangend hertje

De schilder beeldt het moment af vlak voordat Iphigenia zal worden geofferd. De beul staat al klaar om haar te doden, het mes glinstert in zijn hand en hij kijkt bloeddorstig naar zijn slachtoffer. Door een wonder ontkomt de koningsdochter echter op het nippertje aan haar gruwelijke dood. De godin Artemis is bij de gebeurtenis aanwezig en grijpt in: zonder dat iemand het door heeft zal zij Iphigenia vervangen door een hertje. Zo wordt het hertje geofferd en blijft de koningsdochter gespaard. Artemis, herkenbaar aan het maansikkeltje, is linksboven te zien tussen twee zuilen; het hertje loopt nietsvermoedend in de buurt van het offeraltaar.
3. Het conventionele onderwerp: van motief naar onderwerp/thema, conventionele betekenis

Interpreteren van voorwerpen:
Hert
Het hert is een indrukwekkende verschijning. het mannetje staat symbool voor dagenraad, waardigheid, vruchtbaarheid en overvloed.
Het gewei staat symbool voor zonnestralen. Ook het symbool van Christus en van de  "geestelijke mens".
Hond
Al sinds de oudheid is de hond, symbool voor trouw, vriendschap en opoffering.
Afgebeeld bij een graf is de hond symbool voor trouw (getrouwd) of als bewaker van het graf.
Fakkel
Een rechtopstaande fakkel staat symbool voor het uitdovende leven.
Maansikkeltje
Artemis is herkenbaar aan het maansikkeltje, dit is linksboven te zien tussen de twee zuilen.
Net als de zon duikt dit hemellichaam ook op in kunstuitingen. Meestal is de maan als sikkel afgebeeld, want de maansikkel heeft een duidelijk herkenbare, sprekende vorm. In de klassieke oudheid was de maansikkel het attribuut van Artemis, de godin van de jacht. De maan, meestal als versiering op het voorhoofd, staat voor haar maagdelijkheid.
dolk/mes
De beul draagt op het schilderij in zijn hand een mes. Dit is een typisch moordwapen.
Urn
De urn is een symbool van de dood en van de vergankelijkheid. De asurnen van de Grieken en de Romeinen werden gebruikt voor lijkverbrandingen. Dit was gebruikelijk.
Cupido – jongetje
Liefde en begeerte.
Verdorde bloemen
Dit is een machtssymbool. De roos is het symbool voor dapperheid en liefde. Rechtsonder op het schilderij zie je roosjes en verdorde bloemetjes door elkaar liggen.
Kleding
De traditionele Romeinse klederdracht voor mannen was de toga: een grote lap stof, soms met geverfde randen, maar verder zonder franje, die op een bepaalde manier om het lichaam geplooid werd. Dit kenmerk zie je ook duidelijk terug in de schildering.

Als de toga over het hoofd geslagen is komen we op het religieus vlak: dit is de dracht van de beschermgeest van de keizer.
Voor vrouwen was de stola (jurk tot op de enkels) de tegenhanger van de mannelijke toga.
Kroon
symbool van de soevereiniteit van een stad of in het algemeen van macht.

4. oorspronkelijke tekst

Het verhaal:

De Griekse schepen lagen in de haven van Aulis klaar om uit te varen naar Troje. De soldaten popelden van ongeduld om te kunnen vertrekken en de tocht tegen de Trojanen te beginnen. Maar er waaide een noordoostenwind, waardoor ze niet konden uitvaren. Dagen en weken gingen zo voorbij en men doodde de tijd met jagen en met damspelen, maar iedereen werd steeds ongeduldiger. Agamemnon haalde er de ziener, Kalchas, bij, want dit was niet normaal.
De uitspraak van Kalchas was ontstellend: Artemis was vertoornd, omdat Agamemnon een van haar lievelingsherten gedood had. Om de tegenwind te doen luwen, moest voor haar de mooiste dochter van Agamemnon geofferd worden.
Agamemnon was verslagen. Zijn mooiste dochter, dat was ook zijn lievelingskind: Iphigeneia. De gedachte dat hij haar zou moeten offeren deed hem huiveren. Dat was hem de hele veldtocht tegen Troje niet waard! Hij weigerde het offer en kondigde af, dat hij het opperbevel over de vloot neerlegde.
Maar dat was een slag in het gezicht voor Menelaos. Hij verweet zijn broer bitter dat hij hem in de steek liet en dat hij heel Griekenland te schande maakte. Ze zouden in Klein-Azië hierin een teken zien van zwakte en de gevolgen daarvan zouden niet te overzien zijn.
Dat raakte Agamemnon dan weer in zijn eer als officier en uiteindelijk gaf hij toe, zij het met een bezwaard hart. Hij schreef een brief naar zijn vrouw, Klytaimnestra, waarin hij het had over een huwelijk van Iphigeneia met de jonge held Achilleus. Hij wilde dat huwelijk nog voor zijn vertrek zien en vroeg dus dat zijn dochter zou meegaan met de brenger van de brief.
's Avonds krijgt Agamemnon alweer spijt van zijn brief en schrijft een andere, waarin hij de list verraadt. Maar die brief wordt onderschept door zijn broer, Menelaos, die de wankelmoedigheid van Agamemnon door had.
Stralend kwamen Iphigeneia en haar moeder aan in Aulis, helemaal klaar voor het schitterende huwelijk. Maar het bedrog werd hen al snel duidelijk. Vooral Klytaimnestra was diep gekrenkt door het bedrog van haar man en zon op wraak. Ook Achilleus was gekrenkt, omdat hij ongewild in de list betrokken werd. Als een ridderlijke held wilde hij Iphigeneia redden van haar vader en het hele Griekse leger. Hij zou die schandelijk moord nooit laten gebeuren!
Maar het was Iphigeneia zelf die hem tegenhield. Toen zij te weten kwam dat zij naar het altaar gebracht zou worden om daar geofferd te worden, en niet om er te trouwen, was zij eerst zwaar aangedaan en radeloos. Maar later berustte zij in haar lot, toen zij begon te beseffen dat zij met haar leven haar vader en alle Griekse soldaten zou redden. En zo was zij uiteindelijk de enige die kalm en blijmoedig naar de plechtigheid ging. Alle anderen waren ontzet en verslagen.
De priester wijdde haar ten dode, zoals hij dat altijd met een offerdier deed: hij sneed haar een haarlok af en strooide gerstekorrels op haar hoofd. Toen hief hij het mes om haar te doden. Maar op het laatste nippertje verschijnt Artemis zelf ten tonele als een windzuchtje en neemt Iphigeneia mee. Op het altaar ligt plots een hinde, om geofferd te worden.